Brieven en dagboeknotities van Eerste Luitenant der Mariniers Wim Kayzer

0 out of 5

29.75

Deze publicatie ‘Dagboek en brieven van de eerste luitenant der mariniers Wim Kayzer’ (12-01-1936 – 08-09-1973) handelt over de periode vanaf 10 december 1960 tot 24 februari 1961. Het waren de jaren waarin het geschil met Indonesië over de status van Nederlands Nieuw-Guinea naast een politiek- meer en meer een militair karakter kreeg. Indonesische infiltraties namen hand over hand toe. Van Nederlandse zijde kon een reactie niet achterwege blijven. De Koninklijke Marine en in het bijzonder het Korps Mariniers kregen de opdracht deze infiltraties te stoppen en de al gelande infiltranten op te sporen en uit te schakelen. Geen eenvoudige taak in het enorme land met zijn buitengewoon lange kustlijnen, uitzonderlijk dichte oerwouden en steile heuvels en bergen. En alsof dat niet genoeg was een zeer warm en vochtig klimaat. Tijdens een jungletraining (Kayzer verzorgde ook de praktische opleiding van NNG mariniers) vond een interview plaats met journalist J.W. Hofwijk van het toenmalige weekblad Katholieke Illustratie. Daarin zegt hij:

“Ik geloof niet dat men in Nederland er ooit een idee van heeft gekregen hoe onbeschrijflijk zwaar die wekenlange tocht is geweest, waarin men de Indonesiërs uitputte tot ze zich wel móesten overgeven. We hadden ze doodgelopen”, zei hij. “Je krijgt ze altijd, als je ze maar doodloopt, als je maar volhoudt. Maar wat een land!!  Verschijnt najaar 2020. Uitvoering: 100 pagina’s in full color, hardcover, gebonden. Prijs 29,75 euro.

Category: Boek

Beschrijving

Nieuw-Guinea, 10 december 1960. Eerste luitenant der mariniers Wim Kayzer is nog maar kort geleden aangekomen in de laatste Nederlandse kolonie in de ‘Oost’. Het verhaal begint in Hollandia, van waaruit het 4e Verkennings- en Inlichtingen Peloton (V&I Pel 4) op weg gaat naar het doelgebied, de Etna Baai, gelegen aan de zuidkust van NNG nabij het Boeroe gebergte. Daar is een groep van 23 Indonesiche infiltranten vanuit zee aan land gegaan.  De opdracht luidt: ‘Spoor deze infiltranten op en schakel ze uit.’ Vliegend en varend wordt de afstand van meerdere honderden kilometers van Hollandia naar de aan de zuidkust gelegen kampong Omba in vier dagen overbrugd. Op 15 december 1960 arriveert het peloton met hun commandant eerste luitenant Kayzer per LCPR (Landing Craft Personel Ramp) bij Kiroeroe, aan het einde van de Etna Baai. De nacht wordt in bivak doorgebracht. De volgende ochtend gaat het peloton, nadat het landingsvaartuig met voorraden is gelost, op pad. Het staat een periode van zeer intensieve patrouillegang te wachten. Nieuw-Guinea is bij mooi weer en met name aan de kust, een paradijselijk land. Maar in de jungle, midden in de tijd van de West moesson, verandert het land in een ronduit mensvijandige omgeving. Dagen- en nachtenlange stortregens, een dicht en zeer moeilijk begaanbaar oerwoud, steile heuvels en bergen, duizenden muskieten en bloedzuigers. De ervaringen van 10 weken patrouilleren die in het dagboek en de brieven zijn  beschreven worden  gekenmerkt door de hiervoor genoemde buitengewoon zware omstandigheden die een groot beroep doen op de fysieke- maar vooral ook mentale conditie van de mariniers. De dagboeknotities en brieven aan het thuisfront leveren, naarmate de patrouille vordert, een steeds dramatischer beeld op van de omstandigheden waarmee de mariniers te maken krijgen: een chronisch gebrek aan voedsel, medicamenten, uitputting, ziekte en een falende bevoorrading. Desondanks gaat de jacht op de infiltranten door. Kayzer houdt vast aan zijn opdracht, ook al is die op het laatst vrijwel niet meer tot een goed einde te brengen.  Frustratie, woede en onbegrip brengen hem en zijn mannen in een wanhopige situatie. Toch zet hij door. Een onthullend kijkje in het mariniersleven zoals dat zich afspeelde in Nieuw-Guinea, in die 10 weken, van medio december 1960 tot eind februari 1961. Uitvoering in full color, 100 pagina’s, hardcover, gebonden. Verschijnt najaar 2020. Prijs 29,75 euro.